Global site

ABB's website maakt gebruik van cookies. Als u op deze pagina wilt blijven, accepteer dan de cookies. Leer meer

Voorkom ‘ondeugende’ installatiekasten

“Installaties met twee of meer eindgroepen mogen niet door één toestel voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA in hun geheel worden uitgeschakeld, ” dat zegt artikel 531.2. van NEN1010:2015 3. Toch zien we in de praktijk diverse ‘creatieve oplossingen’ die ondeugende installatiekasten opleveren. Als installateur loop je dan het risico dat de installatiekast wordt afgekeurd door de netbeheerder. En vaak leveren deze kasten opdrachtgevers niet het complete aansluitvermogen waar zij recht op hebben. Dit artikel laat zien hoe je ondeugende installatiekasten voorkomt.

Het idee achter de ondeugende installatie is dat de woorden ‘… niet door één toestel …’ zodanig worden uitgelegd dat gebruik van twee 1-fase aardlekschakelaars voldoende is. Dit houdt in dat er installaties worden ontworpen waarin slechts twee 1-fase aardlekschakelaars zijn geplaatst terwijl de netaansluiting 3-fasen is. Er wordt dan geen gebruik gemaakt van de derde fase. Technisch is dit voor de installatiekast geen probleem, want deze voldoet gewoon aan NEN-IEC61439. Echter, dit is niet zonder risico.

Risico

Netbeheerders (en ook de inspectiebedrijven die zij inzetten) handhaven vaak niet of niet eenduidig. Maar het risico voor de installateur blijft dat de installaties kunnen worden afgekeurd. Dat kan op grond van de Netcode, hierin staat o.a.:
  • elektrische installaties mogen geen hinder veroorzaken op het net
  • installaties moeten hun vermogen zo gelijk mogelijk verdelen over de drie fasen

Verder is het mogelijk dat de netbeheerder voorwaarden hanteert. 
Bovendien schiet de installatie tekort naar de opdrachtgever toe. Indien een aansluiting slechts twee van de drie fasen gebruikt, heeft men ook maar 2/3 van het beschikbare vermogen. 
 

Voorbeeld ondeugende installatiekast

Wat zijn de oplossingen voor een deugdelijke installatiekast?

Oplossing 1: toepassing met 4-polige aardlekschakelaars

Door het toepassen van twee of meer 4-polige aardlekschakelaars ontstaat er bij een gelijkmatige verdeling van het vermogen over de fasen ook een gelijkmatige verdeling naar het net.

Bij toepassing van 1-fase aardlekschakelaars en een netaansluiting van 3x 25A kan de maximale stroom van de fornuisgroep door de beveiliging van de netbeheerder 32A bedragen. Deze beveiliging zou hierdoor ongewenst kunnen aanspreken. Door het gebruik van 4-polige aardlekschakelaars zijn zogenaamde fornuisgroepen (2x 1-fase) of kookgroepen (3-fasen) altijd verdeeld over de verschillende fasen, zie onderstaande voorbeelden:

Oplossing 2: toepassing met 2-polige aardlekschakelaars

Door het toepassen van drie 2-polige aardlekschakelaars ontstaat er bij een gelijkmatige verdeling van het vermogen over de fasen ook een gelijkmatige verdeling naar het net.

In geval van een fornuisgroep of kookgroep adviseren we de derde aardlekschakelaar 4-polig uit te voeren - of nog beter - een vierde 4-polige aardlekschakelaar te plaatsen. Zie onderstaand voorbeeld:

Ook bestaat de mogelijkheid een combinatie van twéé aardlekschakelaars en één aardlekautomaat als directe groep te installeren. Dit is in een aantal gevallen goedkoper dan een derde aardlekschakelaar. De verdeling over de fasen is dan minder gelijk maar deze uitleg biedt mogelijkheden die je kunt afstemmen met de netbeheerder. 

Oplossing 3: PV-omvormer aansluiten op derde fase

Als creatieve variant zien we ook situaties waarbij naast twee 1-polige aardlekschakelaars, een PV-omvormer als directe groep op de derde fase is aangesloten. Technisch een prima oplossing, zeker gezien de interne belasting van de installatiekast door het toevoegen van een parallelle voeding. De installateur zal in een cluster van woningen wel zorg moeten dragen voor het wisselen van de fasen. Dit voorkomt dat in een straat/blok alle opgewekte energie op één fase van de netbeheerder terechtkomt. PV-groepen moeten altijd worden aangesloten als directe groep, dus vóór de aardlekschakelaars en na de hoofdschakelaar.

Lees ook ons kennisdocument: ‘Voorkom grote problemen bij het aansluiten van PV-panelen’.

Advies

Om problemen met netbeheerders en opdrachtgevers te voorkomen, adviseren we om geen installaties te installeren waarbij maar twee van de drie fasen worden gebruikt. Dus:

  • pas 3-fasen aardlekschakelaars toe of,
  • pas drie 1-fase aardlekschakelaars toe of,
  • combineer beide of,
  • combineer twee aardlekschakelaars met een directe groep of,
  • ga in overleg met de netbeheerder.

Selectie relevante artikelen uit de Netcode:

Artikel 2.15

  1. Elektrische installaties en de daarop aangesloten toestellen veroorzaken via het net van de netbeheerder geen ontoelaatbare hinder.
  2. De netbeheerder kan de aangeslotene verzoeken tot het treffen van zodanige voorzieningen dat de ontoelaatbare hinder ophoudt, dan wel voor een door hem te bepalen aantal uren de aangeslotene verbieden om door hem aan te wijzen toestellen en motoren te gebruiken.

Artikel 2.18

  1. Indien naar het oordeel van de netbeheerder redelijke twijfel bestaat of een elektrische installatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen van deze code, toont de aangeslotene aan dat zijn elektrische installatie aan deze bepalingen voldoet.
  2. Wanneer de aangeslotene in gebreke blijft, is de netbeheerder bevoegd om de elektrische installatie zelf te onderzoeken of te laten onderzoeken.
  3. Indien een elektrische installatie naar het oordeel van de netbeheerder niet voldoet aan het bepaalde in deze code, herstelt de aangeslotene de gebreken, zo nodig onmiddellijk. De netbeheerder kan door de aangeslotene daarbij in acht te nemen aanwijzingen geven.

Artikel 2.33

  1. Aansluitingen waar naar het oordeel van de netbeheerder geen grotere gelijktijdige schijnbare belasting dan 5,75 kVA, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, kan worden verwacht, worden als éénfase-aansluiting uitgevoerd, tenzij de aan te sluiten elektrische installatie verbruikende toestellen of motoren bevat die ingevolge het bepaalde in artikel 2.34 op drie fasen moeten worden aangesloten, dan wel de netbeheerder om vergelijkbare technische redenen een driefasen-aansluiting verlangt.
  2. Aansluitingen waar naar het oordeel van de netbeheerder een grotere gelijktijdige schijnbare belasting dan 5,75 kVA, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, kan worden verwacht, worden, behoudens ontheffing van de netbeheerder, als driefasen-aansluiting uitgevoerd. Daarbij zorgt de aangeslotene voor een zo veel mogelijk gelijke verdeling van de belasting over de drie fasen.